Maart 2026
Elektra in medisch gebruikte ruimten
Hot topic
De veiligheid van elektrisch installaties in medisch gebruikte ruimten (ziekenhuizen, tandheelkundige praktijken en dergelijke) en van de hierop aangesloten toestellen moet zijn geborgd voor patiënten en medisch personeel. Hiervoor worden bijzondere eisen gesteld aan deze installaties.
In Nen 1010, deel 1, zijn de fundamentele uitgangspunten beschreven van elektrische installaties die ook van toepassing zijn op medisch gebruikte ruimten (MGR). Algemene regels uit de delen 3, 4, 5 en 6 zijn van toepassing op de elektrische installaties in medische gebruikte ruimten. In Nen 1010, rubriek 710, staan specifieke aanvullingen en beperkingen op het basisgedeelte. In NPR 5310: 2024 staat ook een rubriek 710 waarin de bepalingen uit Nen 1010 nader zijn toegelicht.
Bijzondere eisen
In een MGR zijn elektrische toestellen en metalen constructies aanwezig, zoals een operatietafel, waarmee een patiënt contact maakt. Sommige medisch elektrische toestellen zijn voorzien van elektrodes of actuatoren die contact maken op de huid, in het lichaam en zelfs tot in of nabij de hartstreek. Medische elektrische toestellen die bij normaal gebruik contact maken met de patiënt worden in de norm patiëntendelen genoemd.
Als sprake is van een galvanisch contact tussen medische elektrische toestellen en het lichaam en/of metalen is er een verhoogd elektrocutiegevaar. Als er met patiëntendelen handelingen plaatsvinden tot in het lichaam is het risico nog groter doordat de lichaamsweerstand in het lichaam beduidend lager is dan wanneer er slechts op de huid contact wordt gemaakt. Dit kan oplopen tot een factor 5.000.
Er zijn ook nog andere gevaren:
• Patiënten die bewusteloos zijn, reageren niet op prikkels. Hierdoor wordt de tijd bij stroomdoorgang niet beperkt.
• Als installaties en medische toestellen automatisch zouden uitschakelen gedurende een medische behandeling, dan is wellicht de installatie veilig, maar kan de patiënt overlijden als (bijvoorbeeld) ondersteunende apparatuur uitvalt. Dit deel van de installatie/apparatuur moet worden gevoed door een noodstroomvoorziening, aangesloten op een zogenaamd ‘essentieel deel van de installatie’.
• In een MGR bevinden zich tappunten voor medische gassen. Als een slang of koppeling lekt en er ontstaat een vonk (bijvoorbeeld bij loskoppelen van apparatuur of ten gevolge van ESD) kan een explosie volgen.
Schema van een medisch IT-stelsel.
Groepenindeling
Waar een MGR voorheen werd ingedeeld in K0, K1, K2 en K3, is de indeling nu Groep 0, Groep 1 en Groep 2 (tabel 1). De technische maatregelen die getroffen moeten worden in elke groep staan in Nen 1010, rubriek 710.
Om een passende elektrische installatie in een MGR te maken moet vooraf bekend zijn:
1. Welke handelingen (in relatie tot galvanisch contact) er plaatsvinden.
2. De locatie van het patiëntenomgeving (elk gebied in de MGR waar contact kan plaatsvinden tussen een patiënt en/of personeel en delen van medisch elektrische materieel. Alle mogelijke locaties moeten vooraf worden vastgelegd. Als dit niet bekend is, dan moet wellicht de hele ruimte als patiëntenomgeving worden vastgelegd. Dit brengt dan meer maatregelen met zich mee.
De formele verantwoordelijkheid voor het bepalen en vastleggen van de groep en de patiëntenomgeving ligt bij de bestuurder van de medische inrichting; dus niet bij een installateur.
Vereffeningsinstallatie
Vreemd geleidende delen en metalen gestellen in elke MGR moeten ster- of boomvormig worden aangesloten op een beschermende vereffeningsleiding. De weerstand tussen de centrale aardrail (CAR) en de metalen gestellen, vereffeningspunten en vreemd geleidende delen mag hooguit 0,1 W bedragen. In dit circuit worden standaardaardrails (SAR’s) toegepast tussen de CAR en het te vereffenen materieel. De CAR is met een enkele geleider aangesloten op de aardrail van de voedende verdeler buiten de MGR.
PE-leidingen tussen CAR en SAR moeten een minimale doorsnede van 16 mm2 hebben. Van de SAR’s naar aangesloten materieel is 6 mm2 gangbaar om de lage weerstand te kunnen halen. Beschermende vereffeningsleidingen moeten geel-groen zijn gemarkeerd. Bij de CAR en SAR’s moeten ze ook worden voorzien van een codering overeenkomstig het aardingsschema.
De leidingen moeten als een ster- of boomconstructie worden geïnstalleerd. Gesloten lussen zijn onwenselijk. Er ontstaat dan een maasstructuur waardoor er stromen door de vereffeningsinstallatie kunnen gaan lopen en de aanraakspanning tussen uitlopers zal toenemen.
Voorheen was het aantal te installeren vereffeningspunten gerelateerd aan het aantal wcd’s. In een MGR van groep 1 en 2 moeten er nu ‘voldoende’ zijn voor het aansluiten van medisch elektrisch materieel. Vooraf moet het aantal in overleg met de medische instelling worden bepaald.
Tabel 1. Voor de volledige beschrijving zie Nen 1010, bepaling 710.2.
Geïsoleerd opstellen
Om te voorkomen dat er stroom gaat lopen door de vereffeningsinstallatie, moet deze (en het aangesloten materieel) geïsoleerd zijn opgesteld van de gebouwconstructie, zoals kabelgoten en betonnen vloer en dergelijke, die met de aardbol in verbinding staan. Deze isolatieweerstand moet minimaal 3 kW zijn. Om dit te bereiken kunnen aardrails met een isolerende voet worden toegepast. Stroom door leidingen veroorzaakt immers een aanraakspanning tussen de uitlopers van de aardingsinstallatie.
Medisch IT-stelsel
In Groep 2 moeten eindgroepen waarop medisch materieel kan worden aangesloten een onderdeel vormen van een medisch IT-stelsel. Dit word ook wel een MES-keten (medische elektrische scheiding) genoemd.
Het medisch IT-stelsel bevat een speciale beschermingstransformator van 0,5 kVA - 10 kVA waardoor de 230 V op de secundaire zijde galvanisch is gescheiden van de 230 V op de primaire zijde. De trafo is uitgerust met een thermische beveiliging.
In het verleden mochten er op een MES-keten slechts 8 wcd’s worden aangesloten. Dit aantal is niet langer beperkt in de norm, maar doordat de totale lekstroom per keten maximaal 500 mA mag bedragen, is meer dan 8 praktisch niet haalbaar. Immers, hoe meer aangesloten apparatuur, hoe meer leidingen en des te groter de capacitieve koppeling en de bijdrage van lekstroom.
Elk medisch IT-stelsel moet ook zijn beveiligd door een isolatiebewakingstoestel. Mocht een actief deel in de keten contact maken met een metalen gestel of vreemd geleidend deel, dan vindt er geen uitschakeling plaats, maar wordt dat vastgesteld door het isolatiebewakingstoestel. Direct is er dan een visueel en akoestisch alarm; een rode lamp in de OK en verpleegpost. Op het isolatiebewakingstoestel bevinden zich meestal meerdere led’s die de isolatie-status weergeven:
• Groen: normaal.
• Geel: daling van Riso, maar nog geen gevaar.
• Rood: Riso < 50 kW (visueel en akoestisch alarm). Tegenwoordig mag dit ook de gele led zijn.
De transformatoren en isolatiebewakingstoestellen moeten zijn opgenomen in een schakel- en verdeelinrichting. Deze behoren bij voorkeur buiten de MGR te worden geïnstalleerd en mogen niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.
Wandcontactdozen
Wcd’s in een MGR, groep 2, voor het aansluiten van medisch elektrisch materieel, moeten zijn uitgerust met een spanningsindicator. Hiervoor wordt een groen signaallampje aanbevolen.
Wcd’s moeten als volgt zijn geïnstalleerd op elke patiënten-behandelingsplaats, bijvoorbeeld aan het hoofdeinde van het bed: elke wcd moet worden gevoed door een afzonderlijk beveiligde stroomketen, of verschillende wcd’s moeten worden gevoed door minimaal twee afzonderlijke stroomketens. De voeding moet bij voorkeur plaatsvinden vanuit twee of meer onafhankelijke eindgroepen. De wcd’s mogen niet worden geplaatst onder medische gas-tappunten (20 cm links en rechts van het tappunt).
Uniek voor een MGR is dat de contactdruk van wcd’s moet liggen tussen de 10 N en 20 N. Frontplaten voor wcd’s voor veiligheidsdoeleinden (NSI) moeten groen zijn. Geel bij UPS-en.
In deze rubriek, tot stand gekomen in samenwerking met de afdeling Techniek & Markt van Techniek Nederland, behandelen wij actuele technische onderwerpen waar installateurs in hun vak mee te maken kunnen krijgen. Heeft u ook een Hot topic? Stuur hem dan naar media@technieknederland.nl.